Conversiewet — het gesprek wordt strafbaar, het scalpel niet
Door Edward Jansen — een wet die het gesprek vervolgt en de operatie beschermt is geen bescherming, het is een doctrine met een juridische arm.
Waar de absurditeit zit
Lees de wet en stel je vervolgens de situatie voor: een dertienjarige zit in de spreekkamer. Aan tafel zit een psycholoog die de tijd wil nemen. De psycholoog vraagt of er trauma is, of er autisme is, of er druk uit de vriendengroep is, of het meisje misschien lesbisch is en dat eng vindt. Onder de nieuwe wet kan dat gesprek — een exploratie zonder enige interventie — als poging tot conversie worden geduid.
Stel je nu een tweede situatie voor. Hetzelfde meisje, twee jaar later. Vijftien. Ze krijgt een mastectomie. Onomkeerbaar, definitief, twee weken hersteltijd. Geen wet die haar tegenhoudt. Geen wet die de arts in twijfel trekt. Het gesprek is strafbaar, de operatie is zorg.
De juridische omkering
In elk ander deel van het medisch recht geldt: hoe definitiever de ingreep, hoe meer reflectie eromheen wordt vereist. Een patiënt die een been amputeert wil weten of er alternatieven zijn. Een vrouw die haar baarmoeder laat verwijderen krijgt second opinions aangeboden. Wachttijden. Bedenktijden. Brieven van twee verschillende specialisten.
De conversiewet draait dat principe om. Hoe minder ingrijpend de handeling — een vraag, een gesprek, een aanbeveling om te wachten — hoe zwaarder de juridische dreiging. Hoe definitiever de interventie — chirurgie, levenslange hormoonafhankelijkheid, onomkeerbare cosmetische verandering — hoe minder reflectie eromheen mag bestaan zonder strafrechtelijk risico. Wie deze omkering systematisch in een wettekst giet, heeft een wonderlijke opvatting van proportionaliteit.
Eén richting strafbaar, de andere richting zorg
De wet verbiedt pogingen om "seksuele gerichtheid of genderidentiteit" te veranderen of te onderdrukken. Klassieke conversietherapie probeerde de psyche aan het lichaam aan te passen — gesprek, gebed, in extreme gevallen aversie. Zelden onomkeerbaar. Transitiegeneeskunde doet hetzelfde maar dan andersom: lichaam aan psyche. Puberteitsremmers, cross-sex hormonen, mastectomie, vaginoplastiek, falloplastiek. Definitief.
Het mechanisme is identiek. Beide proberen congruentie tussen lichaam en psyche af te dwingen. Het verschil zit in de richting en in de onomkeerbaarheid. De wet kiest één richting tot misdrijf en bestempelt de andere als zorg — terwijl precies de zorg-richting de definitieve schade veroorzaakt en de misdrijf-richting de schade meestal niet.
De definitiefout
Er zit een logische kortsluiting in de wettekst. Als genderidentiteit aangeboren en vastligt — een veronderstelling van veel activisten — is fysieke transitie overbodig: het lichaam moet ervan zijn. Als identiteit kneedbaar is en vorm krijgt onder sociale invloed — een veronderstelling van degenen die exploratie verdedigen — is exploratie legitieme zorg. De wet combineert het meest restrictieve uit beide aannames. Identiteit is zó vast dat bevragen strafbaar wordt. En identiteit is zó dwingend dat het lichaam ervoor moet wijken. Logisch klopt dat niet. Politiek wel — voor wie geen exploratie wil.
De namen die het verschil maken
Chloe Cole, Keira Bell, Clementine Breen. Drie detransitioners, drie rechtszaken, drie biografieën waarin de gemeenschappelijke factor is dat het gesprek dat de Nederlandse wet nu strafbaar maakt, in hun behandeltraject ontbrak. Geen clinicus die exploreerde. Geen ouder die mocht remmen. Geen second opinion die de richting heroverwoog. En vervolgens: geen borsten, geen vruchtbaarheid, verlaagde botdichtheid, seksuele functiestoornissen.
Wie die drie biografieën leest en daarna de Nederlandse wettekst, ziet hoe het land zich juridisch indekt tegen precies het tegendeel van wat de slachtoffers vragen. Zij vragen meer gesprek vooraf. De wet maakt het gesprek vooraf strafbaar.
Wat een neutrale wet zou doen
Een werkelijk neutrale wet zou beide richtingen onder dezelfde norm brengen. Of pogingen om iemands identiteit in een richting te duwen zijn strafbaar — in welke richting dan ook. Of het zijn ze beide niet. Wat nu voorligt is een wettelijke voorkeur voor één type conversie boven het andere, verpakt als bescherming. De absurditeit zit niet in de wet alleen, maar in de bereidheid om die voorkeur als neutraliteit te presenteren.
Bron
Edward Jansen, Conversiewet — twee richtingen, één asymmetrie, transethiek.nl, 3 juni 2026. transethiek.nl/conversiewet-twee-richtingen-asymmetrie.