Absurditeit

·

4 juni 2026 · Den Haag

Niet bevestigen is geen schade — pijn is geen bewijs van schuld

Door Edward Jansen — als elk eerlijk woord, elke twijfel en elke vraag tot schade wordt verklaard, blijft er geen gesprek meer over. Alleen een wedstrijd in wie zich het hardst gekwetst voelt.

De stille redefinitie van het woord schade

Schade toebrengen betekende ooit iets concreets. Iets afpakken. Iets aandoen. Een been breken, een huis verbranden, een rekening leegmaken. Sinds enkele jaren is het woord uitgedijd tot een paraplu waar bijna alles onder past: een mening die niet bevalt, een vraag op het verkeerde moment, een gezicht dat niet meteen instemt. Onder die paraplu staat ook gewoon iemand die zegt “ik zie het anders” — en die staat er als dader. De absurditeit zit niet in de paraplu, maar in het feit dat we de uitbreiding nooit hardop hebben besproken.

De omgekeerde bewijslast

In elke normale discussie geldt: wie iets ingrijpends beweert, levert de onderbouwing. Wie zegt “dit kind moet puberteitsremmers” legt het bewijs op tafel. Wie zegt “wacht even, kunnen we eerst kijken” staat aan de andere kant van de tafel met een vraag, geen claim. Onder het nieuwe taalregime is dat omgekeerd. Niet de stelling staat ter discussie, maar de persoon die niet meteen knikt. Niet de behandeling moet zich verantwoorden, maar de ouder die wil afwachten. Niet de richtlijn, maar de leraar die niet zonder meer wil meegaan.

Wie beschuldigd wordt van schade berokkenen omdat hij vraagt — in plaats van toejuicht — zwijgt liever dan dat hij voor slecht mens wordt versleten. Dat is geen toeval, dat is het bedoelde effect.

Pijn is echt — en pijn is geen schuld

Een kind dat zijn zin niet krijgt, lijdt pijn. Een sollicitant die wordt afgewezen, voelt zich gekwetst. Een verliefde die niet wordt teruggewild, heeft verdriet. Overal accepteren we dat pijn en onrecht twee verschillende dingen zijn. De ouder die nee zegt, doet geen kwaad. De werkgever heeft geen onrecht begaan. De ander mag nee zeggen.

Alleen rond één thema verschuift dat plotseling. Daar moet pijn automatisch schuld bewijzen. Daar wordt “ik voel me niet gezien” gelezen als “jij doet me iets aan”. Een verdriet dat erkenning verdient, wordt omgezet in een aanklacht die instemming eist. En wie de instemming niet levert, staat in de verdachtenbank.

Het valse dilemma

De redenering eist een keuze die niemand ooit hoeft te maken: instemming of vijandschap. Wie niet bevestigt, is tegen. Wie twijfelt, valt aan. Wie vraagt, beschadigt. Tussen die twee uitersten verdwijnt het grootste deel van de menselijke ervaring: liefhebben én het oneens zijn, respecteren én niet meegaan, accepteren én vragen blijven stellen. Dat heet volwassen omgang. Dat is geen tegenstrijdigheid. Dat is de standaard.

Wie het wegpoetst, maakt van elk meningsverschil een morele oorlog. En wie morele oorlogen voert, vergeet snel dat de andere partij ook een mens is — geen tegenstander, gewoon iemand met een andere blik.

Vragen stellen is geen haat

Een ouder die zijn dochter vraagt of ze het zeker weet voordat haar gezonde borsten verdwijnen. Een arts die onderzoek doet voordat hij voorschrijft. Een vriend die zegt dat hij twijfelt. Een leraar die niet zonder meer meegaat. Dat is geen afwijzing. Dat is betrokkenheid. Het kost geen moeite om mee te knikken met wat populair is — het kost moeite om tegen te spreken juist omdat het gevolg ertoe doet.

Het bestempelen van die betrokkenheid als “schade” is omgekeerde wereld. Het straft wie nadenkt en beloont wie kritiekloos meegaat. Dat is geen bescherming. Dat is een cultuur die haar eigen volwassenen monddood maakt op het moment dat ze het meest nodig zijn.

Wat overblijft als het gesprek stopt

Een samenleving die het verschil tussen pijn en onrecht opgeeft, schaft uiteindelijk het gesprek zelf af. Wat ervoor in de plaats komt is geen begrip — het is angst. Angst om iets verkeerds te zeggen. Angst om een vraag te stellen. Angst om eerlijk te zijn. En een samenleving die bang is om te spreken, heeft geen mededogen bereikt. Ze heeft het alleen het zwijgen opgelegd.

Wat overblijft is de schijn van harmonie, gekocht met de stilte van iedereen die het niet meer durft te zeggen. Dat is geen vooruitgang. Dat is een collectieve opgave van het gesprek — en wie dat geen absurditeit noemt, heeft het woord nog nooit goed gelezen.

Bron

Edward Jansen, Niet bevestigen is geen schade toebrengen, transethiek.nl, 4 juni 2026. transethiek.nl/niet-bevestigen-is-geen-schade-toebrengen.