De SBU-reviews en hun conclusie
Het Zweedse Statens beredning för medicinsk och social utvärdering (SBU) publiceerde systematische reviews in 2019 en een update in 2022. Beide kwamen tot dezelfde conclusie: de evidentie voor hormonale behandeling van genderdysfore minderjarigen is zwak, en de lange-termijnuitkomsten zijn onvoldoende bekend om krachtige aanbevelingen te doen. Die bevinding leidde tot een directe beleidswijziging door de Zweedse zorginspectie en het besluit van het Karolinska Universiteitsziekenhuis om puberteitsremmers en cross-sex hormonen bij minderjarigen alleen nog binnen onderzoeksverband voor te schrijven.
WPATH zweeg
WPATH heeft nooit inhoudelijk op de SBU-reviews gereageerd. Wat opvalt: SBU wordt in het adolescentenhoofdstuk van de SOC8 niet eens als bron vermeld — ondanks het feit dat het de meest grondige Europese systematische review op dit terrein is. Dat is geen omissie per ongeluk. Het patroon is consistent: WPATH reageert scherp wanneer kritiek media-aandacht trekt (zoals bij de Cass Review), en zwijgt wanneer kritiek kan worden genegeerd zonder PR-schade.
Vier Europese instanties, één lijn
SBU staat niet alleen. Het Britse NICE, het Finse COHERE, de Noorse Ukom en de Britse Cass Review kwamen alle vier tot vergelijkbare conclusies: de evidentie is zwak, de behandelingen zijn niet omkeerbaar, en langetermijnonderzoek ontbreekt. WPATH presenteert de SOC8 als 'internationale wetenschappelijke consensus'. Die consensus bestaat niet — het zijn vier onafhankelijke Europese instanties tegen één door commerciële belangen beïnvloede Amerikaanse organisatie.
Implicaties voor beleidsmakers
Voor Nederlandse beleidsmakers, rechters en wetgevers die de term 'wetenschappelijke consensus' hanteren als grondslag voor genderzorgbeleid, stelt dit een fundamentele vraag: welke consensus? Als vier onafhankelijke Europese evaluaties systematisch tot de conclusie komen dat de evidentie onvoldoende is, en WPATH die conclusies negeert zonder inhoudelijke weerlegging, dan is de enige eerlijke conclusie dat er geen consensus is — alleen een belanghebbende claim dat er één zou zijn.