Gendergekte / Onderwerpen / Streng bij eigen sekse, scheutig bij cross-sekse — het voorzorgsprincipe dat ontbreekt

De dubbele standaard

Een 50-jarige vrouw met klachten wil oestrogeen. De arts vraagt om bloedwaarden, weegt cardiovascul aire risico's af, start met een lage dosis en monitort nauwgezet. Een 16-jarig meisje wil testosteron. De arts bevestigt de genderidentiteit en start het traject. Het verschil: in het eerste geval is er een aantoonbaar endocrien tekort. In het tweede niet. Toch gelden er lagere drempels voor de ingrijpendere behandeling.

Wat cross-seksehormonen doen

Cross-seksehormonen worden toegediend op niveaus die de fysiologische grens van de eigen sekse overschrijden. Ze onderdrukken endogene hormoonproductie en werken tegen de cellulaire architectuur van het lichaam — niet méé. Dat is fundamenteel anders dan het aanvullen van een tekort. Het is een farmacologische interventie die het lichaam herstructureert. De langetermijneffecten op botdichtheid, cardiovasculair systeem en cognitie zijn niet volledig onderzocht.

Wat internationale instanties zeggen

De Cass Review (2024) en de Zweedse richtlijn (2021) concludeerden beide dat het bewijs voor de langetermijnveiligheid van cross-seksehormonen bij jongeren zwak is. Finland paste zijn protocol aan. Denemarken evalueerde. In Nederland werd de Gezondheidsraad gevraagd het bestaande protocol te beoordelen — niet de internationale literatuur systematisch door te lichten. Het resultaat was een proceduuroordeel, geen evidentieoordeel.

Waarom dit ertoe doet

Het voorzorgsprincipe is een fundamenteel beginsel van medische ethiek: bij onzeker bewijs en onomkeerbare consequenties, kies voor voorzichtigheid. Voor pubertijdsremmers en cross-seksehormonen bij jongeren geldt precies die combinatie. Dat het principe hier niet wordt toegepast, is geen wetenschappelijk argument — het is een ideologische keuze die als medische standaard wordt gepresenteerd.