Het besluit
De Tweede Kamer steunde een voorstel om genderneutrale toiletten in te voeren als diversiteits- en inclusiemaatregel. De stemming verliep langs politieke lijnen die inmiddels vertrouwd zijn: links vóór, rechts tegen, en een publiek dat vrijwel niet om mening is gevraagd.
Wat het publiek ervan vindt
Peilingsdata laat zien dat 64 procent van de Nederlanders geen genderneutrale toiletten wil. Zes op de tien studenten geeft de voorkeur aan gescheiden voorzieningen. Vrouwen noemen specifiek veiligheid, privacy en hygiëne bij menstruatie als redenen. Dit zijn geen irrationele bezwaren. Het zijn ervaringen van mensen die gebruikmaken van de ruimten die worden aangepast.
Beleid dat de vraag omkeert
Normaal begint beleid bij een probleem. De vraag 'welk probleem lossen genderneutrale toiletten op?' wordt zelden gesteld. Het antwoord — dat non-binaire en trans personen zich ongemakkelijk voelen bij gendered toiletten — is een reeel ongemak. Maar de oplossing — de voorzieningen van de meerderheid aanpassen — is niet de enige mogelijke reactie. Individuele, afsluitbare, universeel toegankelijke ruimten zijn een alternatief dat niemand uitsluit.
Symboliek boven functie
Genderneutrale toiletten zijn in de eerste plaats een symbolische maatregel: een zichtbaar signaal dat een instelling inclusief is. Dat signaal wordt afgegeven ten koste van de meerderheid die andere voorkeuren heeft. Als de Tweede Kamer wetgeving maakt op basis van een ideologisch uitgangspunt dat door 64 procent van de bevolking wordt afgewezen, is dat geen democratisch beleid. Het is beleidsdwang met een inclusie-etiket.