Het argument
'Transition or suicide' — zonder hormonen gaat je kind dood. Het is het krachtigste wapen in het arsenaal van de genderbevestigende zorg: het maakt elke vraag van een ouder tot een potentieel dodelijke ingreep. Wie twijfelt, riskeert het leven van zijn kind. Dat is geen medisch argument. Het is een emotionele gijzeling.
Wat het bewijs zegt
De Cass Review — vier jaar onafhankelijk onderzoek in Engeland — vond geen methodologisch sterk bewijs dat pubertijdsremmers of cross-seksehormonen suïcidaliteit verlagen. Studies die dit suggereerden, hadden structurele gebreken: selectiebias, korte follow-upperiodes, geen controlegroepen. Een Fins cohortonderzoek liet zien dat suïcidaliteit vergelijkbaar was voor en na hormoonbehandeling. Het argument wordt in het publieke debat als wetenschappelijk feit gepresenteerd. Dat is het niet.
Hoe het argument werkt
Artsen die het 'transition or suicide'-argument inzetten om onomkeerbare behandelingen te rechtvaardigen, stellen zich bloot aan juridische risico's: het Nederlandse recht vereist onafhankelijk klinisch oordeel. Een claim die niet door bewijs wordt gestaafd, kan niet de basis zijn voor informed consent. Toch wordt het argument breed ingezet — in spreekkamers, op sociale media, in politieke debatten — als discussiesluiter.
Wat wel werkt
Detransitioners rapporteren dat hun psychische toestand na het stoppen niet verslechterde — sommigen verbeterde. Dat weerspreke geen individuele ervaringen, maar het toont dat de relatie tussen transitie en psychische gezondheid complexer is dan het argument suggereert. Goed psychologisch onderzoek, behandeling van comorbiditeiten en watchful waiting zijn alternatieven die in de zwijgcultuur rond dit onderwerp nauwelijks worden besproken.