Één op 240 meisjes op testosteron
Onderzoekers van Comagine Health en Oregon Health and Science University analyseerden verzekeringsdata van 868.740 verzekerde jongeren (8-17 jaar) tussen 2016-2023. Van de onderzochten had 0,98% gendergerelateerde diagnoses, overwegend genderdysforie. Meisjes vertegenwoordigden 1,51%, jongens 0,46%. Van alle interventies ontving 23% medische behandeling: 8% puberteitsremmers, 20% hormoontherapie. Op zeventienjarige leeftijd gebruikte één op de 240 meisjes testosteron.
Meer hormonen, geen daling in suicidecijfers
Ondanks gestegen hormoonrecepten laten populatiedata geen corresponderende daling zien in suicidegerelateerde spoedbezoeken. De jaarcijfers bleven rond de 5.000 bezoeken, met uitzondering van 2020 (circa 4.500). Dit ondermijnt het 'transition or suicide'-argument direct: meer behandeling leidt niet tot minder suicidaal gedrag op bevolkingsniveau.
Oregon als beleidsexperiment
Oregon functioneert als een natuurlijk experiment — een permissief rechtsgebied dat contrasteert met de 27 Amerikaanse staten die deze interventies verboden, en met de Scandinavische landen die toegang hebben beperkt. De discrepantie maakt Oregon tot een unieke datapositie om de effecten van maximale toegankelijkheid te meten.
Belang voor het internationale debat
De studie roept kritische vragen op over de onderbouwing van het beleid wanneer een toename van behandelingen niet correleert met verbeterde uitkomsten op bevolkingsniveau. Dit is precies de vraag die veel Europese landen als reden voor beleidswijziging aanhalen, maar die in Nederland door de Gezondheidsraad niet adequaat wordt beantwoord.