Zichtbaarheid die averechts werkt
Roze in Blauw, Coming Out Day, de Canal Parade — ooit hadden deze initiatieven een duidelijke functie: laten zien dat homo's en lesbiennes gewone mensen zijn die recht hebben op dezelfde behandeling. Dat doel is in Nederland grotendeels bereikt. Maar de campagnes zijn niet gestopt. Ze zijn gegroeid tot een permanente, steeds uitbundigere parade van zichtbaarheid, waarbij de boodschap is verschoven van 'wij bestaan' naar 'jij moet meedoen'.
Wij geven niet om je bed
De overgrote meerderheid van de Nederlanders heeft geen bezwaar tegen consensuele relaties tussen volwassenen, ongeacht seksuele geaardheid. Dat was het gevecht van de twintigste eeuw, en het is gewonnen. Maar de beweging heeft een nieuw front geopend: genderidentiteit als subjectieve waarheid, medische interventies voor jongeren die zich anders voelen, en een retorisch kader waarin twijfel transfobisch is.
De echte zorg: verminking als zorg
De meest urgente kwestie wordt het minst besproken: puberteitsremmers, cross-seksehormonen en chirurgische ingrepen bij minderjarigen, zonder sterke wetenschappelijke onderbouwing. De Cass Review concludeerde dat het bewijs voor deze behandelingen 'uitzonderlijk zwak' is. Toch worden ze in Nederland gepresenteerd als noodzakelijke zorg. Wie dit bevraagt, bevraagt de 'veiligheid' van transpersonen — zo werkt de retoriek.
Stop met de vermenging
Klassieke homoemancipatie en genderideologie zijn verschillende projecten met verschillende claims. De eerste is gebaseerd op gelijke behandeling ongeacht seksuele geaardheid. De tweede maakt biologisch geslacht ondergeschikt aan subjectief gevoel, en eist institutionele, medische en talige aanpassingen op basis van die claim. Ze samenvoegen — zodat kritiek op de tweede automatisch als aanval op de eerste wordt geïnterpreteerd — is een retorische truc. Een effectieve, maar een truc.