In een essay op de site van de Amerikaanse organisatie Genspect betoogt onderzoeker en auteur Mia Hughes dat transgenderisme — het verlangen om lichaamskenmerken van het andere geslacht aan te nemen — opnieuw als psychiatrische aandoening erkend zou moeten worden. Het stuk, gepubliceerd op 15 september 2026 onder de titel \"Trans Is a Mental Disorder: And we must be allowed to say so\", is een pleidooi om dat standpunt bespreekbaar te maken binnen de psychiatrie en de zorg, ondanks de politieke lading ervan. Het is een van de scherpste formuleringen binnen de gender-kritische beweging en wordt buiten die kring doorgaans afgewezen door beroepsverenigingen, terwijl Hughes zelf juist stelt dat het vermijden van dit gesprek de zorgverlening niet ten goede komt.
Van diagnose naar zelfbeschikking
Hughes reconstrueert in haar essay hoe de term \"genderidentiteitsstoornis\" in de psychiatrische classificatie werd vervangen door de neutralere \"genderdysforie\". Die verschuiving was volgens haar niet het resultaat van nieuw wetenschappelijk inzicht, maar van politieke belangenbehartiging — vergelijkbaar met de manier waarop homoseksualiteit in 1973 uit de DSM werd geschrapt. Ze erkent zelf een belangrijk verschil tussen beide gevallen: waar homoseksualiteit geen op zichzelf schadelijk kenmerk is, gaat het bij transgenderisme volgens haar om een verlangen naar ingrijpende en deels onomkeerbare medische behandelingen, wat volgens haar een andere afweging rechtvaardigt dan destijds bij homoseksualiteit werd gemaakt.
Een \"overwaardeerd geloof\"
Centraal in het betoog staat een begrip uit de psychiatrie: het \"overvalued belief\" (overwaardeerd geloof), zoals de Duitse psychiater Carl Wernicke dat definieerde — een overtuiging die zich in een verder gezond persoon vastzet en het denken geleidelijk gaat overheersen, zonder dat er sprake is van een waanidee of van een gedachte die als ongewenst wordt ervaren. Hughes plaatst het verlangen naar lichamelijke transitie in dat rijtje, naast aandoeningen als anorexia nervosa, morfodysfore stoornis en parasietenwaan. Ze werkt een uitgebreide vergelijking met anorexia uit: als de zorg voor anorexia zou werken zoals de huidige transgenderzorg volgens haar functioneert, zou een patiënt op verzoek liposuctie en afslankmiddelen krijgen zonder voorafgaande psychotherapie, en zou het succes van de behandeling worden afgemeten aan de tevredenheid die de patiënt zelf rapporteert, niet aan objectieve gezondheidsuitkomsten op langere termijn.
Herclassificatie als minder stigmatiserend?
Hughes stelt dat de World Professional Association for Transgender Health (WPATH) in toenemende mate werd bepaald door transgender-geïdentificeerde professionals, waardoor het \"overwaardeerde geloof\" volgens haar in de medische richtlijnen zelf verankerd raakte in plaats van er kritisch tegenover te staan. Ze pleit voor wat ze zelf \"herpsychopathologisering\" noemt: transgenderisme opnieuw classificeren als psychiatrische aandoening. Dat zou volgens haar minder stigmatiserend zijn dan de huidige praktijk, omdat het de overtuiging behandelt als een diepgevoelde maar in beginsel veranderlijke gedachte, in plaats van als een vaststaand identiteitskenmerk dat alleen bevestigd kan worden met medische middelen.
Het standpunt van Hughes staat haaks op de huidige internationale classificaties: zowel de DSM-5 als de ICD-11 spreken niet langer van een stoornis van de genderidentiteit zelf, maar van het ongemak (dysforie of incongruentie) dat iemand daarbij kan ervaren. Medische en psychologische beroepsverenigingen beschouwen genderdysforie doorgaans niet als een waanachtige of overwaardeerde overtuiging, en wijzen erop dat het overgrote deel van het wetenschappelijk onderzoek juist affirmatieve zorgmodellen ondersteunt. Het essay van Hughes maakt niettemin deel uit van een breder, aanhoudend debat over de wetenschappelijke onderbouwing en de verantwoorde vormgeving van genderzorg, een debat dat door de uiteenlopende opvattingen tussen landen en beroepsgroepen voorlopig niet beslecht lijkt.

Edward Jansen
Redactie
Veelgestelde vragen
Is transgenderisme in de officiële classificaties nog een psychische stoornis?
Nee. Sinds de invoering van 'genderdysforie' in de DSM-5 en 'genderincongruentie' in de ICD-11 ligt de nadruk op het ongemak dat iemand ervaart, niet op de genderidentiteit zelf als aandoening. Hughes' pleidooi gaat tegen deze koers in en is een minderheidsstandpunt, ook binnen het gender-kritische kamp.
Wat bedoelt Hughes met een 'overwaardeerd geloof'?
Een term uit de psychiatrie voor een overtuiging die het denken van een verder gezond persoon geleidelijk gaat overheersen en compulsief wordt nagestreefd ondanks nadelige gevolgen. Hughes vergelijkt dit mechanisme met wat volgens haar bij anorexia nervosa en morfodysfore stoornis speelt.
Waarom vergelijkt Hughes transgenderzorg met de behandeling van anorexia?
Om te illustreren wat er volgens haar misgaat: bij anorexia zou vrijwel niemand instemmen met liposuctie op verzoek als bevestigende behandeling. Bij genderdysforie gebeurt er volgens haar met medische transitie iets vergelijkbaars, zonder dat succes objectief wordt gemeten.