Opzet en bevindingen van het onderzoek
Onderzoekers van de Universiteit van Tampere analyseerden 2.083 jongeren die vóór hun 23e bij Finse genderklinieken kwamen, vergeleken met 16.643 leeftijdsgenoten. Slechts 38% ontving daadwerkelijke medische transitiebehandeling. Ernstige psychiatrische morbiditeit werd gemeten via specialistisch psychiatrisch contact (opname of poliklinische behandeling).
De cijfers spreken voor zich
Vóór verwijzing had 45,7% van de genderverwezen jongeren al psychiatrisch contact gehad, tegenover 15,0% van de controlegroep. Na verwijzing (2+ jaar later) steeg dit naar 61,7% bij genderverwezen jongeren, terwijl het bij de controles gelijk bleef op 14,6%. Bij biologische jongens die vrouwelijkmakende behandeling kregen, steeg psychiatrisch contact van 9,8% naar 60,7%. Bij biologische meisjes met mannelijkmakende behandeling: van 21,6% naar 54,5%.
Conclusie: psychiatrie gaat niet weg door transitie
De onderzoekers concludeerden dat ernstige psychiatrische stoornissen veel voorkomen in deze populatie, niet primair worden veroorzaakt door genderdysforie zelf, en niet verminderen na medische transitie. Finland herzag al in 2020 zijn richtlijnen voor jeugdgenderzorg na interne reviews die zwak bewijs voor puberteitsremmers en geslachtshormonen aantoonden.
Beleidsimplicaties
De Finse data biedt geen ondersteuning voor de narratief dat medische transitie psychisch leed bij jongeren verlicht. Dit roept vragen op over medicalisering van jongeren met complexe psychiatrische problemen — jongeren voor wie psychiatrische begeleiding misschien effectiever zou zijn dan hormonale behandeling.