Gendergekte / Onderwerpen / Finse studie: alle detransitioners hadden psychiatrische aandoeningen

De studie

Onderzoekers van het Helsinki University Hospital publiceerden in mei 2025 in het tijdschrift Archives of Sexual Behavior een studie naar negen volwassenen die terugkeerden naar een genderkliniek met een verzoek om detransitie-ondersteuning. Het is een kleine studie — maar de bevindingen zijn relevant: alle negen deelnemers hadden psychiatrische comorbiditeiten.

Wat de studie vond

Stemmingsstoornissen bij acht patiënten, angststoornissen bij zeven, persoonlijkheidsstoornissen bij vijf — toegenomen ten opzichte van drie bij behandelingsstart. Dissociatieve stoornissen bij drie. Histories van trauma, seksueel misbruik en eetstoornissen. Gemiddeld verstreek er zeven jaar tussen de initiële diagnose genderdysforie en het verzoek om detransitie. Zeven van de negen hadden ‘ernstige spijt’. De twee met ‘lichte spijt’ waren beide AMAB.

Wat de onderzoekers aanbevelen

De onderzoekers pleiten voor grondiger psychiatrische evaluatie vóór genderbevestigende behandelingen worden gestart, prioritering van traumagerichte psychotherapie, en betere protocollen voor patiënten die willen detransitioneren. Ze benadrukken dat hun studie niet bedoeld is om transitiezorg te elimineren. Maar de bevindingen ondersteunen wél de kritiek dat het Nederlandse affirmatiemodel onvoldoende screent op comorbiditeiten vóór behandeling.

Wat dit betekent voor het Nederlandse protocol

Het Dutch Protocol werd ontwikkeld voor een specifieke patiëntengroep: jongeren met persistente, vroeg optredende genderdysforie zonder significante comorbiditeiten. Die groep is tegenwoordig een minderheid van de aanmeldingen. De meerderheid heeft psychische comorbiditeiten. De Finse studie laat zien wat er kan gebeuren als het protocol wordt toegepast op een groep waarvoor het niet was ontworpen.