De studie
Psychiater Kathleen McDeavitt en Jay Cohn publiceerden op 30 mei 2026 een peer-reviewed analyse in het European Journal of Developmental Psychology. De conclusie is scherp: drie decennia onderzoek naar het zogenoemde Dutch Protocol — de behandelmethode voor genderdysfore jongeren ontwikkeld door Amsterdam UMC — heeft geen betrouwbaar bewijs opgeleverd voor pubertijdsremmers en cross-seksehormonen bij adolescenten.
De methodologische kritiek
McDeavitt en Cohn identificeren een reeks structurele gebreken: geen gerandomiseerde gecontroleerde trials, selectiebias in de in- en uitsluitingscriteria, geen adequate controlegroepen, hoge uitval — 39% na zeven jaar in één studie — inconsistente meetinstrumenten en onvoldoende gecontroleerde verstorende variabelen. Dit zijn geen marginale tekortkomingen. Ze zijn fataal voor de bewijskracht.
Eigen rechter
Het meest zorgwekkende punt: de Amsterdamse onderzoekers evalueerden uitsluitend hun eigen werk, zonder het aan onafhankelijke systematische review te onderwerpen. Ze waren eigen rechter. Internationale onderzoeksorganen — de Cass Review, Zweden, Finland, Denemarken — kwamen na wél onafhankelijk literatuuronderzoek tot een fundamenteel andere conclusie. Amsterdam UMC deed dit onderzoek nooit zelf.
Betekenis voor Nederland
Het Dutch Protocol werd in Amsterdam ontwikkeld, internationaal geexporteerd, en is nu het enige mondiale genderbehandelprotocol voor jongeren dat door een onafhankelijke wetenschappelijke analyse als methodologisch inadequaat wordt bestempeld. Terwijl de rest van de wereld van koers verandert, heeft de Nederlandse Gezondheidsraad dit protocol beoordeeld als 'zorgvuldig ingericht'. Dat oordeel is nu nog moeilijker vol te houden.