Wat de kabinetsbrief zegt
De minister stelt dat de medische uitzondering geldt als zorgverleners de 'van toepassing zijnde zorgstandaarden volgen, vastgelegd in kwaliteitsnormen (bijvoorbeeld transgenderzorg)'. Twee standaarden worden impliciet bedoeld: de somatische norm van de internisten, waarvan de revisiedeadline op 30 september 2025 verstreek zonder afronding, en de psychiatrische norm uit december 2017 — negen jaar oud en door professionals als achterhaald beschouwd. De wet criminaliseert gedrag dat buiten deze normen valt, terwijl 'de normen in herziene vorm niet bestaan en in bestaande vorm niet meer geldig zijn'.
Concreet klinisch voorbeeld
Een 15-jarige met genderdysforie en ernstige depressie stelt de behandelaar voor een dilemma. De psychiatrische norm uit 2017 veronderstelt dat depressie verdwijnt bij genderbehandeling. Het Finse Ruuska-onderzoek uit april 2026 toont echter aan dat psychiatrische zorgbehoefte ná behandeling stijgt naar 54-60%, niet daalt. Een arts die dit weet en de depressie grondig onderzoekt vóór te verwijzen, riskeert strafrechtelijke kwalificatie als 'onderdrukking van identiteit'.
Het rechtsstaatprobleem
Strafrechtelijke normen vereisen duidelijkheid, stabiliteit en kenbaarheid. Deze wet voldoet aan geen van drieën: aanklagers hebben geen duidelijkheid over wat vervolgbaar is, rechters hebben geen stabiele norm om op te oordelen, zorgverleners weten niet wat hun juridische grenzen zijn. Hoogleraar VU-recht J.L. Smeehuijzen wees erop dat de helft van de Gezondheidsraad-commissie bestaat uit clinici van de instellingen die zij moesten beoordelen.
De prijs wordt betaald door de patiënt
Wetgeving die verwijst naar niet-bestaande of verouderde normen leidt tot defensief klinisch gedrag — precies waar zorgvuldigheid nodig is. Artsen zullen comorbiditeiten minder grondig onderzoeken omdat grondig onderzoek als 'behandeling om iemand van zijn genderidentiteit af te brengen' kan worden gekwalificeerd. De patiënt betaalt de prijs. Niet de wetgever.