Een aangeboren variatie, geen doping
Caster Semenya is een cisgender Zuid-Afrikaanse atlete met een verschil in geslachtsontwikkeling (DSD): haar lichaam produceert van nature meer testosteron dan typisch voor vrouwen. DSD is geen ziekte en houdt geen verband met genderidentiteit. Semenya veroverde olympisch goud op de 800 meter in 2012 en 2016, waarna World Athletics onderzoek startte naar haar fysiologische kenmerken.
De DSD-regels en het CAS-oordeel
World Athletics stelde regels in die vrouwen met bepaalde DSD-vormen verplichten hun testosteronwaarden via medische behandeling te verlagen. Het Hof van Arbitrage voor Sport oordeelde in 2019 dat deze regels discriminatoir zijn, maar deze discriminatie toch gerechtvaardigd achtte omwille van eerlijke competitie. Dit controversiële oordeel erkende de schending en keurde haar tegelijkertijd goed.
Het EHRM en de mensenrechtendimensie
In 2023 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat Zwitserland — als zetelland van het CAS — het recht op respect voor het privéleven van Semenya onvoldoende had gewaarborgd. World Athletics benadrukte dat het hof zich over Zwitserland had uitgelaten, niet over de regelgeving zelf. De uitspraak veranderde de regels niet, maar leidde tot hernieuwd internationaal debat over gezwongen medische behandeling van gezonde atleten.
DSD versus transgender: twee debatten die elkaar raken
Semenya is geen transgender: haar genderidentiteit stemt overeen met haar geboorteregistratie. Toch raken de debatten elkaar op de vraag naar testosteron en toegang tot de vrouwencategorie. De zaak-Semenya heeft de bredere discussie over sportbeleid aanzienlijk versneld en duidelijk gemaakt hoe complex de grens tussen biologische diversiteit en competitievoordeel is.