Europa beperkt, Nederland doet niets
Terwijl Zweden, Noorwegen, Finland en het VK puberteitsremmers voor genderdysfore adolescenten hebben beperkt of verboden, handhaaft Nederland zijn huidige aanpak. Bolhuis beschrijft het advies van de Gezondheidsraad van 30 juni 2026 als 'vol onwetenschappelijke termen'. De raad erkent zelf dat er onvoldoende onderzoek is naar langetermijngevolgen voor cognitie en fertiliteit, maar ziet 'geen reden' om de praktijk aan te passen.
Belangen in de commissie
Zes van de twaalf leden van de adviescommissie waren direct of indirect betrokken bij het voorschrijven of toedienen van puberteitsremmers. Dit roept serieuze vragen op over de onafhankelijkheid van het advies. Een commissie die beoordeelt wat zij zelf doet, is geen neutrale waakhond.
Remmers als doorgeefluik
Data van Amsterdam UMC laten zien dat 82% van de adolescenten die zich melden bij genderklinieken uiteindelijk medische transitie nastreven. Dit suggereert dat puberteitsremmers eerder functioneren als een doorgangshuis naar verdere behandeling dan als een neutrale pauzeknop voor reflectie — een kernpremisse die het advies onvoldoende ondervraagt.
Brede weerstand
Vijftig ouders van gendertwijfelende kinderen betwistten de geloofwaardigheid van het advies. Parlementaire vragen werden gesteld. Bolhuis' positie als medisch insider verleent extra gewicht aan de wetenschappelijke kritiek in een debat dat tot nu toe vooral politiek van aard was.